Patiënten weten niet altijd raad met de termen. Enige opheldering
is zinvol.
Chirurgie betekent altijd beschadiging van weefsel. Het maakt niet uit of
dit nu met een laser of een mes gedaan wordt. Beschadigingen kunnen sterk
variëren. Vrijwel steeds reageert weefsel met litteken vorming. Soms, zoals
bij het hoornvlies, kunnen zelfs onderdelen anders reageren. De buitenste
membraan (Laag van Bowman) reageert bij beschadiging altijd met littekenvorming.
Het “eigenlijke” hoornvliesweefsel, het stroma, vrijwel nauwelijks. Het meest
plezierig is het wanneer het weefsel kan worden veranderd zonder littekens
achter te laten. Soms treft men een toevoeging
“invasief of niet-invasief”
aan. Hiermee wordt gedoeld op het al (invasief) of niet (non invasief)
doordringen in weefsels. In principe echter is elke chirurgie invasief. Ook
een verdeling in “functionele versus cosmetische” is slechts deels zinvol.
Onder functioneel zou men kunnen verstaan het ingrijpen teneinde een toename
van ziekte of afwijking te stoppen of af te remmen. Cosmetische ingrepen zijn
bedoeld het uiterlijk te wijzigen. Brildragers voeren vaak aan dat de
afwijking van hun oog sociaal een zeer storende factor is. Voor de hoge
afwijkingen zijn refractieve behandelingen vaak functioneel. Voor de lage
afwijkingen geldt dit gedurende de tijd dat men geen vertebril nodig heeft.
Het heeft echter ook vele cosmetische aspecten.
“Medisch noodzakelijk versus electief” is een andere verdeling.
Refractieve ingrepen worden vooralsnog niet als medisch noodzakelijk gezien.
Wellicht dat in de toekomst het uitvoeren van deze behandelingen ter correctie
van bijvoorbeeld anisometropie (grote verschillen in sterkte tussen twee ogen) bij jonge kinderen met het doel de kans op
amblyopie (lui oog) te verminderen als medische indicatie zal worden
geaccepteerd.
De ingrepen worden nu echter als niet noodzakelijk gezien.
Zichtvermindering en blindheid.
Blindheid in medische zin is absoluut
niets meer zien. Een zwart gat!
Dit is echter niet wat leken in het algemeen
onder blindheid verstaan. Zij menen vaak “blind” te zijn wanneer een iets
minder dan perfect zicht bestaat. Wereldwijd wordt aangenomen dat een zicht
meer dan 50% al of niet met een correctie een goed zicht is. Er is dan dus wel
sprake van zichtvermindering.
Een zicht van minder dan 10% wordt beschouwd als
“sociale blindheid”.
Onder deze omstandigheden is men niet in staat de
algemeen dagelijkse activiteiten uit te voeren. Door oogartsen worden bij
voorkeur zichtresultaten van 100% gezien, hoewel men geneigd kan zijn bij een
ongecorrigeerd zicht van 50% genoegen te nemen.
“Veilig” en “effectief” Een bewezen “veilige” procedure slaat op de kans
(geen of zeer gering) op het oplopen van schade zowel op korte als lange
termijn. Elke vorm van chirurgie kent risico’s. Zo ook refractieve. Het punt
wordt dan hoeveel risico nog acceptabel is. Het nemen van een besluit is
moeilijk. Resultaten van diverse onderzoeken kunnen verschillend worden
uitgelegd. Is bijvoorbeeld het gegeven dat 7% van de mensen gelaserd met een Summit laser 10 tot 30% zichtvermindering ervaren redelijk veilig? Voor de
Amerikaanse overheid wel. Een ander punt is gedurende welke tijd onderzoek
moet zijn gedaan voordat een methode veilig kan worden beschouwd. Er bestaat
geen twijfel dat een aantal patiënten een langdurige vermindering van de
kwaliteit van het zien, vooral nachtzien, ervaren in vergelijking met hun
bril-contactlens periode. Bij een enkeling zal een ernstige verslechtering
plaatsvinden, soms zelfs blindheid. Aan de andere kant zullen behandelde
patiënten verklaren beter te zijn gaan zien. 80 – 96% van de patiënten hoeft na
behandeling alleen een zwakke correctie te gebruiken voor het lezen of het
rijden bij slecht weer. De meerderheid van patiënten is tevreden met het
resultaat na 12 maanden.
Optische Zones.
Elke discussie over refractieve behandeling verlangt begrip
over optische zones.
De centrale optische zone is het deel waar het licht met
de “meeste” optische informatie doorheen komt. Het is ongeveer 4 mm groot. De
midden zone ligt tussen de centrale en de buitenste zone. De laatste loopt van
7 mm tot de rand van het hoornvlies. Het is van belang het fenomeen optische
zones te begrijpen met name in relatie tot de grootte van de eigen pupil. Bij
een kleine optische zone verliest men minder weefsel. De kans op terugval
wordt kleiner. De kans op nachtzichtstoornissen echter groter.
Het merendeel van de mensen werkt overdag. Terugval, met de noodzaak een
bril te moeten dragen, is derhalve lastiger te accepteren dan
nachtzichtstoornissen gedurende een relatief korte tijd. We zullen dan ook
bij het besluiten tot een compromis de voorkeur geven terugval te voorkomen.
Lichtstralen welke het oog binnenkomen doen dat door een hoornvlies dat niet
overal gelijkmatig gekromd is. Het centrum is het meest gekromd. Naar de
buitenste zone toe wordt de kromming aanmerkelijk minder, soms zelfs
onregelmatig. Lichtstralen worden het meest nauwkeurig afgebogen in het gedeelte
van gelijke kromming, de centrale zone dus. Lichtstralen die langs de buitenkant
van het hoornvlies komen verstoren vaak het, door de centrale lichtstralen
geprojecteerde, scherpe beeld.
Naarmate de krommingen tussen centrale en meer naar buiten gelegen zones
verschillen zal de verstoring van het beeld toenemen. Dit zal zeker het geval
zijn wanneer door ingrepen aan het hoornvlies een kunstmatige grote
vormverandering in de midden zone is ontstaan. Men merkt dit het meest onder
omstandigheden van matig tot slechte verlichting. Verminderde
contrastgevoeligheid, nachtzienstoornissen, dubbelbeelden en verstrooiing van
licht zijn de meest voorkomende lichteffecten.
De pupil werkt als een diafragma van een fototoestel. Door een nauwe pupil
komen uitsluitend de centrale lichtstralen binnen. Verstorende lichtstralen
worden buitengesloten. Overdag, zolang de pupil nauw is zal men optimaal profijt
hebben van de afvlakking van het centrale hoornvlies. Echter zodra de pupil
wijder wordt ervaart men beduidende zichtverslechtering.
Dit fenomeen is altijd aanwezig. Nu ook. U heeft het echter niet meer in de
gaten. Na laseren zal het toenemen. Dit komt omdat bij bijziendheid het centrale
hoornvlies afgevlakt moet worden. Langs de rand ontstaat dan een grotere hoek
tussen gelaserd- niet gelaserd weefsel. Dit vormt de basis voor de
nachtzichtstoornissen. Moderne lasers maken gebruik van een stukjes speciale
software. Ingeval van het bedrijf CustomVis wordt dit 'Refractive mode'
genoemd. Dit wordt samen met Wavefront, Topolink of Standaard gebruikt.
Wavefront en Topolink egaliseren het hoornvlies. Refractive mode tracht
nachtzichtstoornissen te verminderen.
In onze kliniek worden deze extra technieken automatisch kosteloos toegepast.