Wavefront technologie
Wavefront meet alle fouten in het optische systeem. De "fouten" kunnen afzonderlijk worden weergegeven. Voor de ingreep kunnen we deze bekijken en beoordelen of ze voor correctie in aanmerking komen.
Een correctie van alle fouten wordt vandaag de dag niet zinvol meer geacht. Alleen de in het hoornvlies aanwezige fouten komen hiervoor in aanmerking.
Daar door verschillende deskundigen ernstig getwijfeld wordt aan het nut van wavefront achten wij het niet netjes u voor het toevoegen van een dubieus product extra
kosten in rekening te brengen.
Onder het motto baat het niet, het schaadt ook niet voegen wij het gratis toe.

Wat is Wavefront (golffront) eigenlijk?
Het woordenboek omschrijft golffront als; een imaginaire 2D-oppervlakte
voorstelling zoals voorgesteld door de doorlopende rode lijnen in afbeelding 2,
waarbij lichtstralen gaand door een medium in de ruimte samenkomen in één punt.
Een bundel van evenwijdig het oog binnentredende lichtstralen zou een vlak
golffront moeten hebben. Dit houdt in dat “elk punt” van elke lichtstraal op
hetzelfde moment het denkbeeldige oppervlak voor het oog zou moeten bereiken. Na
passage van onder andere het hoornvlies ontstaat een gebogen golffront omdat de
afstand naar de rand toeneemt en de loopsnelheid verschilt. Het golffront wordt
gebogen.

Naar boven
In geval van bijziendheid (myopie) raakt het golffront meer gebogen daar de
kromming van het hoornvlies in het algemeen toeneemt.

We berekenen (in microns) het verschil tussen een ideaal golffront en het
actuele golffront over de gehele oppervlakte van het optische systeem. Wanneer
het actuele golffront voorligt (reist sneller en verder gedurende de zelfde
periode) op het ideale golffront ontstaan plus uitslagen. Loopt het actuele
golffront achter bij het ideale golffront dan bestaan negatieve waarden. We
kunnen deze afwijkingen van het ideale front weergeven op een kleurpresentatie
(zie figuur 4).

Naar boven
Zojuist werden de verschillen getoond van twee golffronten
welke slechts enigermate sferisch van elkaar verschillen. We weten echter
dat de optische onderdelen van het oog niet exact sferisch of asferisch zijn.
Het golffront zoals dat gemeten wordt bij een menselijk oog is vrijwel altijd
irregulair afwijkend van het ideale golffront. Dit omdat bijvoorbeeld de
voorzijde van het hoornvlies niet ideaal glad is.

Naar boven
De verschillen tussen het actuele golffront en een ideaal
golffront worden aberraties of fouten genoemd. In 1934 beschreef Frits
Zernike een aantal formules (polynomials) welke aberaties konden beschrijven.
Elke polynomial stelt een vorm van optische aberatie voor. Op deze wijze kan irregulair golffront worden omschreven als
coëfficiënten (vermenigvuldigingen
voor elk van de modes) welke wanneer als geheel genomen de wavefront
map (figuur 6) reconstrueren, maar welke elk voor zich duidelijk elke afwijking
tonen. In figuur 7 zijn de Zernike afwijkingen tot en met de 6e orde
weergegeven.

De coëfficiënten van elke Zernike afwijking zijn uitgedrukt
in microns. De variantie, verschil tussen het verwachte ideale golffront en het
feitelijk gemeten front is het kwadraat van de coëfficiënt van de afwijking.
De variantie van de totale afwijking is de som van elke kwadraat. Zo is de
totale afwijking (RMS) van bijvoorbeeld de afwijking coma ter grootte van 0.4
micron in combinatie met 0.3 micron trefoil de volgende

Naar boven
Hoe meten we een golffront?
Er bestaan vier techieken:
1 - Harmann-Shack
2 - Tscherning
3 - Differentiële skiascopie
4 - Ray Tracing
De Hartmann-Shack techniek is lang in gebruik geweest in de
optische industrie teneinde kleine afwijkingen te meten aan optische elementen
zoals telescoopspiegels. Figuur 8 geeft een schematisch beeld van de techniek
zoals gebruikt bij een oog. Een laser wordt
gebruikt voor het creëren van een puntvormige lichtvlek op het netvlies. Dit
punt kaatst licht terug door de pupil. De stralengang door de optische
structuren van het oog heeft een frontgolf (wavefront) opgewekt. De
teruggekaatste stralen passeren door een plaat met kleine lensjes. (gewoonlijk
200-1400 lensjes van 8x8mm). Het licht wordt vervolgens geprojecteerd op een CCD welke zich achter elk lensje bevindt. Wanneer de stralen door afwijkingen
in de gepasseerde onderdelen van het oog zijn beïnvloed zal de projectie
niet in het centrum van een CCD bevinden maar meer naar de zijkant.

Naar boven

De software bepaalt de plaatst van elke projectie
in relatie tot de verwachte centrale projectie. Vervolgens wordt de vorm van het
Wavefront berekend. Figuur 8 laat een ongestoord beeld zien. Echter, naarmate
afwijkingen toenemen, kunnen projecties verschuiven naar, in of voorbij de
projectie vanuit een naburig lensje. Deze verschuivingen en met name wanneer de
projectie die vanuit een ander lensje passeert, kunnen fouten in de metingen
geven.
Figuur 9 toont een Hartmann-Shack beeld voor een licht
afwijkend oog. Het beeld illustreert de moeilijkheden welke deze meettechniek met
zich meebrengt bij het bepalen van het centrum van elke projectie welke in
intensiteit, vorm en positie afwijkt van aanliggende projecties.

Een beperking van de techniek is het meten aan sterk
afwijkende ogen en nauwe pupillen. Bij een nauwe pupil neemt het aantal door de
vast opgestelde lensjes vallende stralen af
Naar boven
De Tscherning methode projecteert een vast patroon van
lichtpunten door de optische elementen van het oog op het netvlies. De
projectie van de afgebeelde punten wordt dan bekeken via een buiten het oog
aanwezige CCD camera.

Gelijk aan de Harmann-Shack methode vindt de software de locatie van
alle lichtpunten uitgaande van een verwachte positie. Veranderingen in de vorm
van het patroon op het netvlies komt overeen met afwijkingen in het oog. Deze
methode, weergegeven in het bovenstaande schematische diagram kent hetzelfde
probleem als de Hartmann-shack methode. Wanneer alle punten gelijktijdig worden
bepaald ontstaat in een sterk onregelmatig oog verwarring over de oorsprong van
elk punt.
Naar boven
Differentiële Skiascopie is het op een geautomatiseerde wijze
uitvoeren van een “lichtbundel onderzoek” ofwel skiascopie. Bij dit onderzoek
kan met een brekings afwijking bepalen door te kijken naar de wijze waarop
lichtbundels zich in het oog gedragen. Het netvlies wordt gescand met een
infrarode lichtstraal terwijl het verschil in tijd tussen in- en uit-trede wordt
gemeten met over 360 graden roterende lichtgevoelige elementen. Figuur 11 is
een schematische voorstelling van het Nidek OPD systeem. De techniek van
differentiële skiascopie heeft twee nadelen.
Ten eerste is het gescande gebied
slecht 2 x 6 mm. Het centrale gebied van het optisch systeem wordt niet
geanalyseerd.
Ten tweede is het lastig radiaire symmetrische aspecten te
meten daar het systeem langs de meridianen meet. Het systeem zal dan ook
afwijkingen als Trefoil, Tetrafoil en Pentafoil onder- of over-corrigeren.

Figuur 11 Schematic layout of Nidek OPD
Naar boven
Het Ray Tracing systeem van Tracy Technologies projecteert
een smalle, evenwijdig aan de zichtas lopende, laser straal door de pupil. De
plek waar deze straal de retina treft wordt bepaald door het vastleggen van
teruggekaatst licht. Dit licht wordt op zijn beurt afgebeeld op een
lichtgevoelige plaat (sensitive linear array). Figuur 12 is een schematische
voorstelling van deze techniek. Zodra de positie van punt 1 is bepaald
verschuift de laserstraal naar een nieuwe positie waarna voor het teruggekaatste
licht dezelfde procedure wordt gevolgd. Deze metingen worden gecontinueerd
totdat alle 256 punten zijn gemeten. Zou het oog emmetroop (geen correctie
voor verzien nodig hebben) zijn dan zouden alle punten in één punt op de macula
samenvallen (figuur 12). Onregelmatigheden in het pad van elke straal door
hoornvlies en lens geven verschuiving van de projectie op het netvlies. Dit is
grafisch weergegeven voor een bijziend (myoop) oog en een verziend (hypermetroop) oog
in figuur 13.

Naar boven
Wanneer een aantal punten achtereenvolgens via de pupil op
het netvlies wordt afgebeeld verschijnt een patroon. Dit wordt in figuur 14 weergegeven. Ray tracing heeft verschillende voordelen boven andere technieken.
Het opeenvolgend meten van gegevens betekent dat er is geen misinterpretatie
van de analyse tussen de positie van een punt bij binnenkomst in de pupil en de
plek waar dat punt wordt waargenomen op de retina, aangezien elke punt separaat
en na het vorige wordt geobserveerd. Dit betekent dat sterk afwijkende ogen nu ook betrouwbaar
kunnen worden gemeten met ray tracing technologie.
Daar de stralen gang
softwarematig wordt gestuurd kan het systeem de projectie zodanig aanpassen
dat alle 256 punten door de pupil worden geprojecteerd ongeacht of deze twee
of acht millimeter is.
Daar door middel van
“lineaire stralen detectors” elk punt separaat wordt gemeten is de
lokalisering van het centrum van elk punt nauwkeuriger dan met de Hartmann-shack
of Tscherning technologi mogelijk is. Figuur 15 laat de werkwijze van de i-Trace
software zien.

Naar boven